Heart of men – De kracht van mannen deel 3

In deze serie van drie gastbloggen kan je een verslag lezen over ‘Heart of Men’ een mannenworkshop georganiseerd door Ton van der Kroon en Jan Roelofs in Orval België. Deze week het laatste en derde deel uit de serie.

Delen is verbinden

Opnieuw boos op Ton

Om half vier die nacht word ik wakker. Opnieuw boos op Ton. Hij was natuurlijk niet voor de zweethut omdat er onvoldoende aandacht voor zijn Jeruzalem verhaal was. Ego. Ik lig er een tijd over te denken en schrijf het een en ander op. Dan wordt hij ook wakker en we hebben het er over. Het klaart de lucht, wat zojuist nog een onoverkomelijk probleem scheen, vervaagt zonder veel lading naar de achtergrond.

Zaterdagmorgen opnieuw een mooie deelcirkel. Na een uur moet er iemand naar de wc, we zullen een korte pauze nemen en dan weer verder gaan. Ik wacht tot iedereen er weer is, wil graag het verhaal van Frans laten horen, dit lijkt me daarvoor een uitgelezen moment. Maar de groep valt opnieuw uit elkaar, na twintig minuten zijn we nog niet compleet. Gert stelt voor elkaar te gaan masseren. Nee bedankt. Ik word steeds bozer en verlaat de zaal. “Ik zie jullie om half een wel weer bij de lunch”. Beneden zie ik Ton en Jan V bij de thee staan praten. Ik zeg dat ik dit niet leuk vind en nu naar buiten ga.

Ik loop naar de bron en ga daar opnieuw op het bankje zitten. Wat is er aan de hand? Waarom ben ik hier nou zo ontzettend boos over? Ik bid om helderheid en dan beginnen heel langzaam wat stukjes op hun plaats te vallen. Er ontstaat ruimte om de bal van boosheid in mezelf en ik schrijf in mijn dagboek: “Wat ik te geven heb is niet welkom”. Het is nog niet eens dat ik afgewezen word, er is gewoon niemand om het te ontvangen. Een golf van verdriet welt in me op en tal van momenten schieten voor mijn ogen langs waarop deze pijn werd aangeraakt maar onmiddellijk weer werd weggestopt achter zelfveroordeling. “Ik doe het ook niet goed.” “Ik ben ook niet handig genoeg.” “Ik doe ook niet genoeg mijn best.”

Op dit moment kan ik bij de pijn blijven en ik huil met grote snikken. Mijn tranen vloeien in de bron. Het lucht me op, ik voel meer ruimte van binnen, maar het is nog niet over. Ik voel me strak en nijdig. Hier moet ik iets mee in de groep.

Even later aan de lunchtafel ben ik zwijgzaam en zit ik te broeden op de knoop die ik van binnen voel. Het gesprek gaat over hoe laat we weer beginnen. Wat mij betreft kan het niet vroeg genoeg. Half twee? Het wordt twee uur.

“Kick some ass”

Om twee uur zit ik op de vensterbank in de zaal. Paolo komt naar me toe: “kick some ass” fluistert hij me toe. Als iedereen in de cirkel zit pak ik als eerste de stok. Wat een prachtig instrument is dit toch, de praatstok die ik vasthoud, waarmee ik weet dat ik de tijd heb om de juiste woorden te vinden. Ik begin te praten en de woorden stromen vanzelf. Hoe ik nu ontdek welke knoop er in me zit: niet ontvangen worden in wat ik te geven heb. Hoe lang dat thema al in mijn leven speelt, al vanaf mijn vroegste kindertijd. Dat ik besef hoe dit door de spiegel van de anderen word aangeraakt. Hoe pijnlijk die kwetsbaarheid voelt. En toch ook: hoe heilzaam het is om die te laten zien. Opnieuw huil ik, diep van onder uit mijn buik. Door mijn tranen heen kijk ik de andere mannen aan. Ik zie hun geraaktheid, hun pijn, hun verdriet, hun kwetsbaarheid.

Verbondenheid

Het is voor mij een moment van grote verbondenheid. Misschien wel voor het eerst in mijn leven dat ik me in dit verdriet niet meer alleen voel staan. Ik leg de stok neer.

Jan met de baard zegt dat hij dit waardevoller vind dan welke zweethut ook. Paolo zegt dat hij opnieuw verrast is: hij denkt dat er boosheid en verwijt komt, maar er komt iets van binnenuit, erkenning, opening van emoties. Mooi.

Ik voel me zachter worden. Dankbaarheid voor dit onnavolgbare proces. Dit is waarvoor ik hier ben. Ik kan het van tevoren niet verzinnen, het overkomt me en tegelijkertijd besef ik dat ik er mee instem. Heart of Men.

Toch de zweethut in?

En dan wordt opnieuw de zweethutvraag gesteld: gaan we nu dan toch het vuur aansteken en samen de hut in? Zoals gepland? Of gaan we de hut weer afbreken, en maken we dáár ons ritueel van? Die laatste mogelijkheid krijgt de meeste instemming.

We lopen naar de zweethutplek en voor ik er erg in heb trekt iedereen zijn kleren uit. We gaan de hut in en sluiten de deur. Het is pikdonker. Stil. Niet warm maar ook niet koud. Ik denk aan al die keren, jaren geleden, dat ik het in de hut heet had, benauwd, angst voelde dat ik het niet langer vol zou houden. De vernedering die ik voelde die keer in Frankrijk, met Archie Fire Lame Deer toen het zo heet was dat ik er echt uit moest, maar de andere mannen nog wel een ronde bleven zitten. Nu hoef ik mijn kaken niet op elkaar te klemmen. Ik kijk met open ogen maar zie niks. Af en toe zegt iemand wat. We zingen “I am sailing” zonder veel tekstbeheersing. Ik voel een klein beetje zweet op mijn huid. Geleidelijk aan wordt het benauwd. Tijd om de deur weer open te doen.

We gaan allemaal naakt op de brandstapel staan en roepen de zeven richtingen aan. We dansen rond het vuur dat er nog niet is en dan steek ik het aan. Eerst kleine vlammetjes maar al snel grijpt het vuur om zich heen. Hitte op onze naakte huid. Af en toe keren als het te pijnlijk wordt.

Dan trekken de eersten de kleren weer aan. Ik zit nog een tijd bij het vuur. Gert trommelt. Anderen praten zacht. Wuivend gras. Vogels. Wolken. Vlammen. Een zucht.

Met het water waarmee we de hete stenen hadden zullen begieten, doven we nu het vuur. We lopen terug. Opnieuw tijd voor een maaltijd. Wat eten we als mensen toch veel.

Sjamanen

’s Avonds zijn we welkom bij de andere groep, de sjamanen van Frank en Cathy Coppieters. Voornamelijk vrouwen. Pieter gaat niet mee: hij heeft er geen probleem mee om letterlijk naakt te zijn, maar zich figuurlijk bloot geven, daar is hij nog niet aan toe.

We hebben geen idee wat ons te wachten staat maar we worden onthaald met een sjamanistisch ritueel: smudging, klankschalen, trommels, gezang. Ik probeer het te begrijpen maar dat lukt me niet en ik geef me er maar aan over. De sjamanengroep heeft een compleet programma voor ons maar wij hebben niks voorbereid. Jan V. heft een lied aan, we zingen wijfelend mee maar het voelt allemaal wat klungelig. Toch staan de vrouwen van de groep ons stralend en dankbaar aan te kijken. Uitvoerig huggend nemen we weer van elkaar afscheid.

Aanwezig

Tijd voor een biertje. Ik voel me nog wat incompleet en maak het niet te laat.

Opnieuw is het de nacht die helderheid brengt. In de stilte en het duister kijk ik terug op de afgelopen dag en besef hoe waardevol het is wat we hebben gedaan. We hebben onszelf in onze naaktheid aan de vrouwen laten zien. We hebben niks “gedáán” maar we waren aanwezig. We konden de vrouwen ontvangen. Zonder het programma meteen naar onze hand te moeten zetten.

Daardoor hebben we – Pieter ook, die er niet bij was – de ruimte opengetrokken, waardoor er iets binnen kon stromen.  Ik weet nog niet precies wat dat ‘iets’ is maar vermoed dat het met het verhaal van de Maiden King te maken heeft. Frank heeft, uitgedost als oude vrouw in het hutje dat Ivan verder de weg wijst, ook ons de weg verder gewezen. Naar de koffer in de wortels van de oude eik, waarin een haas zit, die een eend bevat, waarin het ei zit waarin de liefde van de Maiden Tsar is opgeborgen. Deze beelden wijzen mij de weg voor de komende tijd, en niet alleen mij, denk ik. Ik lees net het bericht van Paolo over zijn ontmoeting met zijn geliefde, en volgens mij heeft hij ook iets van de inhoud van dat ei teruggevonden en teruggegeven…

De volgende ochtend vertel ik wat over mijn inzichten, over waar we als samenleving in zitten – een gigantische transformatieritueel dat loopt van 1987 tot 2036, de periode dat het zwarte gat in het centrum van de Melkweg, de ‘zetel van Isis’, voor ons vanaf de aarde zichtbaar is. Een ‘Window of Change’, dat zich eens in de 26.000 jaar opent. Deze dagen  zijn we met z’n elven ook in dat zwarte gat gedoken. We hebben iets geleerd en misschien ook iets gekeerd, maar zijn nog niet klaar. We zitten midden in het verhaal. Een nieuwe mythe ontstaat?

Ik lees als afronding een citaat van Robert Bly voor: “We are, at the moment, almost incapable of a mythological understanding of the world. That understanding is not behind us, but ahead of us. It does not involve adversarial thinking, but the sort of double vision that develops in the Underworld.”

Auteur: Jan Roelofs
Verslag mannenworkshop Heart of Men

Klik hier voor om meer artikelen te vinden van Moedige Mannen blog.